De Digitale Belastingdienst

KANSEN EN AFWEGINGEN BIJ VERDERE

DIGITALISERING EN DATAFICERING

Digitalisering en dataficering veranderen het werk van de belastingdienst. Er is veel mogelijk, maar kan het en mag het?

Over de (vermeende) grenzen van de privacywetgeving en perverse prikkels.

Is een belastingdienst primair uitvoerend voor de politiek, of staat dienstverlening aan burgers en bedrijven centraal? Die vraag opperde Hans Timmermans in zijn betoog. Volgens een aantal aanwezigen hoeft dat echter geen tegenstelling te zijn.

Peter Stoffelen, directeur Belastingsamenwerking West-Brabant: “Wij zijn uitvoerend, maar moeten ook onafhankelijk kunnen denken om de politiek het beste advies te kunnen geven.”

Arnold Geytenbeek, directeur BghU: “Naast ambtenaar zijn wij ook burger die dienstverlening ervaart. Dat kunnen we gebruiken. Daarnaast vind ik dat we vooruitstrevender mogen zijn in het gebruiken van nieuwe technologie en de mogelijkheden van data. We hoeven niet voorop te lopen, maar kunnen wel slim volgen wat er in het bedrijfsleven gebeurt.”

Uitvoerend versus dienstverlenend

Ruud Schalkwijk, directeur Belastingen gemeente Rotterdam, schetst het dilemma tussen uitvoering en dienstverlening: “Ik heb ruim voldoende data om mijn werk te kunnen doen, maar ik mag dat niet altijd toepassen. Dat is elke keer een dilemma: we kunnen het onze burgers zo makkelijk mogelijk maken als we kiezen voor dienstverlening. Maar dat kan niet altijd, omdat de politiek soms andere bedoelingen heeft.”

Er ontstaan nieuwe dilemma’s voor de overheid, met name hoe ver moet je in je dienstverlening gaan naar burgers en bedrijven? Als de overheid individuele burgers en bedrijven zou kunnen wijzen op bijvoorbeeld subsidies die op hen van toepassing zouden zijn, in hoeverre is er dan ook een plicht om dat te doen? Om diverse redenen gebeurt dat nu niet.

"We hoeven niet voorop te lopen in technologie, maar we kunnen wel meer slim volgen wat er in het bedrijfsleven gebeurt."

Arnold Geytenbeek
Directeur, BghU

Privacy als grens?

Digitalisering en dataficering bieden veel mogelijkheden, maar hoe beperkend zijn de privacyregels? De meningen daarover verschillen. Marieke Vrisou van Eck, directeur Belastingsamenwerking Oost-Brabant, vertelt dat een aantal werkzaamheden die vanuit een dienstverlenende gedachte werden gedaan nu niet meer mogen, wat niet per se goed uitpakt voor de burger. Robbert Verkuijlen merkt op dat de invulling van het begrip privacy cultuurafhankelijk is: “In Zweden vindt men het bijvoorbeeld heel normaal dat inkomens openbaar zijn, in Nederland zijn we eraan gewend dat iedereen de koopprijs van een huis kan opvragen. De opvatting van privacy verandert bovendien in de tijd. De grenzen staan dus niet vast, de mening over wat privacygevoelig is kan veranderen. Belangrijk is dat je laat zien welke problemen je oplost door bepaalde data te gebruiken. Dan kun je wellicht door de privacybarrières breken.” In de discussie gaat het over de eisen van de privacywetgeving en dat veel organisaties daarmee worstelen, bijvoorbeeld met het recht op inzage. Ook lijkt het tegenstrijdig dat je voor datagebruik veel bronnen wilt koppelen, terwijl dat niet altijd mag. Ruud Schalkwijk nuanceert: “In negen van de tien gevallen blijkt het helemaal niet nodig om privacygevoelige gegevens te gebruiken om tot een goede analyse te komen. Daar zijn we als lokale overheid redelijk goed in geworden, in het op straatniveau werken terwijl we de de privacy van burgers respecteren.”

"In negen van de tien gevallen blijkt het helemaal niet nodig om privacygevoelige gegevens te gebruiken om tot een goede analyse te komen."

Ruud Schalkwijk, Directeur Belastingen, Gemeente Rotterdam

Eigen data

Digitalisering en dataficering bieden veel mogelijkheden, maar hoe beperkend zijn de privacyregels? De meningen daarover verschillen. Marieke Vrisou van Eck, directeur Belastingsamenwerking Oost-Brabant, vertelt dat een aantal werkzaamheden die vanuit een dienstverlenende gedachte werden gedaan nu niet meer mogen, wat niet per se goed uitpakt voor de burger. Robbert Verkuijlen merkt op dat de invulling van het begrip privacy cultuurafhankelijk is: “In Zweden vindt men het bijvoorbeeld heel normaal dat inkomens openbaar zijn, in Nederland zijn we eraan gewend dat iedereen de koopprijs van een huis kan opvragen. De opvatting van privacy verandert bovendien in de tijd. De grenzen staan dus niet vast, de mening over wat privacygevoelig is kan veranderen. Belangrijk is dat je laat zien welke problemen je oplost door bepaalde data te gebruiken. Dan kun je wellicht door de privacybarrières breken.” In de discussie gaat het over de eisen van de privacywetgeving en dat veel organisaties daarmee worstelen, bijvoorbeeld met het recht op inzage. Ook lijkt het tegenstrijdig dat je voor datagebruik veel bronnen wilt koppelen, terwijl dat niet altijd mag. Ruud Schalkwijk nuanceert: “In negen van de tien gevallen blijkt het helemaal niet nodig om privacygevoelige gegevens te gebruiken om tot een goede analyse te komen. Daar zijn we als lokale overheid redelijk goed in geworden, in het op straatniveau werken terwijl we de de privacy van burgers respecteren.”